Fietsen naar de horizon

We zetten ons tentje op, op het nog lege veld bij het roadhouse. We genieten van een hete douche en vinden dat we wel iets lekkers hebben verdiend na alle koude en winderige dagen. We bestellen allebei een ‘Hamburger with Lot’ en krijgen een echt aussie broodje hamburger met veeeel vulling.

Dan is het wachten op een telefoontje. Sinds Darwin hebben we contact met de NCRV. Het radioprogramma Cappuccino wil ons graag in de uitzending. We hebben ze het telefoonnummer van het roadhouse gegeven en we zitten op een afgesproken tijd klaar bij de telefoon. Aan de bar van de pub klets ik met Sjors Frolich over alle kilometers en het fietsen in Australie. Sjors vraagt of hij ons nog eens mag bellen en dat lijkt ons wel gezellig.

Vanuit Threeways doen we boodschappen in het dichtbijzijnde stadje Tennant Creek. Het fietsen hebben we wel even gezien en we krijgen een lift naar de supermarkt en ook weer terug. We doen voor een week inkopen want ook het volgende stuk zal een er een zijn door de outback van Australië.

Uitgestrekte velden, met het gouden Mitchell-gras, de wereld lijkt oneindig en de kilometers gaan langzaam. Wind, veel wind erg veel wind van voren. Steven is een fantastische kopman en ik blijf trouw achter hem fietsen. Doe ik dat niet, zie ik hem langzaam verdwijnen en bijhalen lukt niet meer. Voor mij is de wind te krachtig en zonder Steven zou ik nog steeds tussen de grasvelden fietsen….Onze tent zetten we ’s avonds op in de bush. We zijn een beetje voorzichtig, want we worden elke keer gewaarschuwd voor alle spinnen en slangen die hier rond kunnen kruipen. Na het koken van een heerlijk maaltje wordt Steven begroet door een beestje. “Kijk Lous een sprinkhaan!” “Nee het is een schorpioen!!!!!!!!” Alle tassen dicht dus en veilig in de tent. Als we de volgende ochtend de tent uitkruipen komt de zon op. Het is een fantastisch gezicht, de lucht lijkt in brand te staan en is helemaal rood. Na 190 kilometer niets is er dan opeens weer wat leven in het Barkly Homestead Roadhouse. Hier komen we aan de praat met Jan en Connie. Al 51 jaar wonen ze in Australië, maar als Jan hoort dat we uit zijn Groningen zijn komen fietsen worden er tranen uit zijn ooghoek geveegd met een echte hollandse zakdoek. Met ons vloeiende Gronings krijgen we hem weer aan het lachen en vertelt hij ons zijn herinneringen van het platteland.

We zien veel kangeroes en dat is prachtig om te zien. Ze zijn af en toe best groot, spitsen hun oren als ze ons horen en huppen dan vaak met grote sprongen weg. Ook zien we veel kuddes koeien, die heerlijk aan het grazen zijn. Helaas gaat vaak mis. Er is geen hek en met al het verkeer wat voorbij raast zien we veel dode beesten liggen aan de kant van het asfalt. Op de fiets ruik je de wereld ook volop en dat is op deze momenten niet echt een pretje…..
Verder genieten we van alle borden die langs de kant van de weg staan. De aussies lijken er een sport van te maken om steeds leukere borden te bedenken. De borden “stop, revive, survive” nemen we elke keer maar letterlijk op door bij het bord zelf een pauze te nemen.
Het lijkt of heel Australië op vakantie gaat naar het warme Noorden. Voor velen een lange reis en als je dan twee fietsers tegen komt dan ga je zwaaien en toeteren. Vakantiegangers houden ons dus wel bezig en we zien geregeld camera’s op ons gericht.
Om de roadtrains hoeven we ons geen zorgen te maken. De chauffeurs zijn echte professionals en sturen hun lange, zware trucks meestal in een grote boog om ons heen. Komt er verkeer van de andere kant aan, dan trekken ze aan hun toeters zodat we op tijd de weg kunnen verlaten.

Na bijna 1700 kilometer fietsen door The Northern Territory komen we bij de grens. Een nieuwe provincie in dit immense land ligt aan de andere kant van grens op ons te wachten. Er zijn veel dagjes mensen die even op de foto gaan en vervolgens weer hele einden terug rijden. Zo ontmoeten we een stel uit Mount Isa, Wayne en Del die even uit Mount Isa, 200 km verderop, zijn komen rijden voor een plaatje. Ze nodigen ons uit om bij hun te komen logeren als we in Mount Isa zijn. We fietsen Queensland en worden welkom geheten in de Sunshine State. In Camooweal vinden we een mooi grasveld voor de tent. De mooie blauwe lucht verandert langzaam in een grijs wolkendek en het begint keihard te regenen. Het wordt winter in Australië en dat betekent hier het droge seizoen dus de plaatselijke bevolking begrijpt er niets van.
We zitten een dagje vast in dit dorpje want het houdt niet op met plensen. We moeten zelfs onze tent verplaatsen naar een droger stukje gras omdat het hele veld blank staat.

Na een dag is het weer droog en kunnen we de tocht weer voortzetten richting Mount Isa. Alle vlakte gaat langzaam over in een wat heuveliger landschap. Vijftig kilometer voor Mount Isa verschijnt er een auto naast ons. Zwaailichten aan, politie….. “Pull over please!” Een strenge politieman stapt uit en vertelt ons dat we in overtreding zijn. De helm moet op! Steven is de onschuld hemzelf en ik moet mijn best doen om niet in de lach te schieten. Gelukkig blijft het bij een waarschuwing en hoeven we geen 75 dollar te betalen. Braaf doen we de helmpjes op. Als we de grote schoorstenen tussen de heuvels zien opdoemen weten we dat we bijna in het mijnstadje van Mount Isa zijn. De instructies die we hebben gekregen om Wayne en Del te vinden zijn makkelijk. Wayne is de brandweerofficier en hun huis is gelegen naast de brandweerkazerne. We voelen ons gelijk thuis bij dit stel en na alle nachten kamperen genieten we van een echt bed. Het is maf om de wind niet meer te horen, de kachel staat aan en we voelen ons gelijk rozig.

We brengen een bezoek aan The School of Air. Via deze school krijgen zo’n 200 kinderen les via de radio. Al deze kinderen wonen op boerderijen, vaak meer dan drie en een half uur rijden van de bewoonde wereld. Elke dag krijgen deze kinderen een half uur les via de radio. Ze hebben een vaste leerkracht die ook hun huiswerk stuurt en begeleidt. Het is erg leuk om een les te volgen en om te zien hoe persoonlijk het onderwijs is.

Ook gaan we ondergronds in deze stad. De mijn die we gaan bezoeken is geen werkende mijn maar een nagebootste. Voor we met de lift naar beneden gaan krijgen we een mooie oranje overal aan, riem om, helm op en laarzen aan de voeten. Een grote batterij wordt bevestigd aan de riem en met een lamp op de kop zijn we er helemaal klaar voor. We krijgen een rondleiding van Steve, die zelf jarenlang als mijner heeft gewerkt. Hij weet vele interessante dingen te vertellen. We mogen zelf ervaren hoe het is om een drilboor in de handen te hebben, zien verschillende machines en ondervinden hoe donker het nou eigenlijk echt is: zwart!

Na heerlijke dagen bij Wayne en Del wordt het tijd om weer verder te gaan. We hebben nog een dikke maand om in Brisbane te komen en voor 2500 kilometer is dat ietwat kort. Bij het aanbod van Brandon, brandweerman, om met hem mee te rijden naar Charters Towers hoeven we dan ook niet lang na te denken. Het geeft ons de kans om de vier weken voordat Maaike en Eric komen relaxed door te brengen en dat lijkt ons beter dan haasten.
In Charters Towers verblijven we bij een gezin en omdat het regent mogen we nog een dagje langer bij ze blijven. De australische gastvrijheid is heerlijk.

Het laatste stuk richting de oostkust zitten we weer vertrouwd op onze fietsen. Het is zo goed als droog en het landschap is erg mooi. Heuveltje op en af, we hebben een lekker tempo en als we in Townsville aankomen hebben we 143 kilometer op de tellers staan. Met uitzicht op het Great Barrier Reef vinden we een camping en zetten we ons huis weer op.
Van de Sunshine State hebben we nog steeds weinig mee gekregen. Het regent nog steeds en we hopen snel dat de zon zich zal laten zien…..

* Threeways – Bush : 91 km
* Bush – Barkly Homestead : 100 km
* Barkly Homestead – Bush : 102 km
* Bush – Evan Dawns : 92 km
* Evan Dawns – Camooweal : 70 km
* Camooweal – Bush : 93 km
* Bush – Mount Isa : 101 km
* Mount Isa – Charters Towers : lift
* Charters Towers – Townsville : 143 km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie