Anders Azie

De grensovergang bij Koh Kong is heel wat moderner dan het hutje en de houten paal tussen Laos en Cambodja. Voordat we het land uitmogen moeten we even poseren voor de camera en worden de paspoorten grondig gescand. Thailand ligt voor ons en we zien gelijk verschil.

Veel verkeersborden en strepen op de weg, toeristische attracties worden aangegeven en voor elke oprit staat een prachtige gele container voor het vuil. Er zijn veel supermarkten en pinnen kan gewoon aan de kant van de weg.

We fietsen over het smalste stukje land van Thailand naar Trat. Meer dan een kilometer breed is het niet, met aan de ene kant een groene bergrug en aan de andere kant de knalblauwe zee. We vinden in Trat een hele grote kamer om te overnachten. De fietsen parkeren we midden in de kamer met de tassen er nog op. ’s Avonds ontdekken we de avondmarkt, waar we een heerlijk maaltje bij elkaar zoeken.

Langs grote velden met ananassen fietsen we richting de veerboot naar Koh Chang. Het is leuk om te zien hoe de ananassen groeien. De mannen die in het veld de vruchten aan het oogsten zijn vinden het wel mooi om te zien hoe wij alles bekijken en we fietsen dan ook verder met drie heerlijke ananassen in de tassen.
Voordat we een plekje vinden op het eiland Koh Chang moeten we een paar flinke bultjes over. We hadden het kunnen verwachten want het eiland heeft zijn naam te danken aan zijn vorm en betekent: olifanten eiland. Met flinke aanmoedingen van de plaatstelijke bevolking en de vele toeristen die ons in taxi’s en op brommers voorbij rijden komen we terecht op White Sand Beach, wat ons helemaal goed in de oren klinkt. Heerlijke dagen op het eiland volgen die beginnen met een gezellige ochtend bij de Hollandse André en zijn vriendin Kai. Zij hebben het beste ontbijt dat we in tijden zijn tegen gekomen: stokbroodjes met echte Goudse Kaas! Hier leren we ook Gino kennen die een eindje verderop zijn eigen bar heeft. De laatste avond dat we op het eiland zijn smullen we met zijn allen van gehaktballen bij Gino.

Gino, André en Kai zwaaien ons uit en wij gaan op weg naar Bangkok. We fietsen door een fruitgebied waar de bananen, ananassen, papaya’s, mango’s, kokosnoten en kaktusvruchten aan alle kanten te zien zijn. We proberen nog wat kleine weggetjes te vinden, maar dat lijkt best lastig te zijn. Vaak komen we al snel weer op een grote weg uit waar het vele verkeer hard rijdt. De vele asfaltwegen worden opgefleurd door een haag aan Thaise vlaggen. Deze hangen er allemaal ter ere van de koning die onlangs zijn 82ste verjaardag heeft gevierd en al 60 jaar lang op de troon zit. Het volk lijkt wel heel erg trouw aan de koning, want naast de grote portretten die omlijst zijn met veel goud en versiersels dragen de mensen hier ook veel T-shirts met het koninklijk teken erop. Het lijkt wel een grote oranje koninginnedag, maar dan elke dag!

In Pattaya leren we een heel ander soort toerisme kennen. Hier komen de mensen niet echt voor cultuur of zon, zee en strand, maar voor de bars en de thaise dames. We hebben het hier dan ook snel gezien en fietsen in twee dagen naar Bangkok. We hebben nog een leuke overnachting langs de weg bij Samut Prakan wat net voor de hoofdstad gelegen is. Het enige hotel dat we hier kunnen vinden is er een waar elke kamer een grote garage met gordijn bezit. Het personeel kijkt raar op als we aan komen fietsen en er wordt speciaal iemand bijgeroepen die een beetje engels praat. We parkeren onze fietsen achter een groot gordijn en genieten van een luxe kamer met TV, gevulde koelkast en airco.

De volgende ochtend fietsen we eigenlijk zo Bangkok binnen. Bij een benzinestation kopen we een kaart en vogelen we uit hoe we het beste het centrum kunnen bereiken. Het is druk, maar het verkeer houdt goed rekening met ons en voor we het weten fietsen we langs het paleis en staan we midden in de 10 miljoen inwoners tellende stad. We vinden een plekje om te slapen, maar zijn er niet zo blij mee als we allemaal beestjes uit onze kussens zien lopen…….de volgende ochtend gaan we snel op zoek naar iets anders en verhuizen we naar een beestloze kamer.

In Bangkok vermaken we ons prima. We verplaatsen ons van het ene moois naar het andere met boot, metro, tuktuk en skytrain. We bezoeken een aantal mooie tempels en we lopen door de parken waar de Thai en de Chinezen aan het eind van de middag hun sportiviteiten beoefenen. Natuurlijk dwalen we rond door de gigantische en moderne winkelcentra die overal uit de grond lijken te stampen. We vinden een mooie fietsenzaak waar we nieuwe bidons kopen en waar we Gert ontmoeten. Deze enthousiaste Belg is net bezig om een fiets te kopen om zo terug te fietsen naar België. De wereldtrappers kent hij wel en dat is wel erg grappig. Na een week vertoeven in deze grote stad hebben we weer veel zin om te gaan fietsen.

* Grens met Cambodja – Trat: 93km
* Trat – Koh Chang: 50km
* Koh Chang – Chantaburi: 92km
* Chantaburi – Laem Mae Phim: 84km
* Laem Mae Phim – Sattahip: 95km
* Sattahip – Pattaya: 34km
* Pattaya – Samut Prakan: 131km
* Samut Prakan – Bangkok: 36km

 

 

 Reageer jij als eerste?

 

Geef een reactie